CorporatieGids Magazine

JUNI 2026 I 73 72 I CORPORATIEGIDS MAGAZINE Entree viert dit jaar haar 25-jarig jubileum. Een lange periode waarin woonruimteverdeling de nodige ontwikkelingen heeft doorgemaakt: “Waar woningzoekenden vroeger reageerden via een papieren krantje, werken we nu met een systeem dat voor veel mensen toegankelijker is,” vertelt Kees, naast zijn taak bij Entree ook directeur-bestuurder bij Oosterpoort. “Toch zit de grootste verandering in de immense druk op de woningmarkt. We zien nu gemiddeld zo’n vijfhonderd reacties per woning en in de stad soms nog meer. Dat was vroeger echt veel minder. Daarnaast heeft ook passend toewijzen woonruimteverdeling sterk veranderd. Voorheen was er meer ruimte voor een mix van inkomens in wijken. Nu wijzen we veel gerichter toe, waardoor sneller eenzijdigheid ontstaat. Dat maakt onderwerpen als leefbaarheid steeds actueler.” Verdelen van schaarste Volgens Geert, naast voorzitter ook regiomanager bij Portaal, draait woonruimteverdeling steeds nadrukkelijker om het rechtvaardig verdelen van schaarste: “Er komen in de regio jaarlijks ongeveer zesduizend woningen beschikbaar, terwijl de vraag vele malen groter is. Dan gaat het steeds meer over de vraag hoe je die schaarste zo eerlijk mogelijk verdeelt. Het nuchtere antwoord is dat we de druk op de woningmarkt met woonruimteverdeling alleen niet gaan oplossen. Maar we evalueren wel de manier waarop we de woningen verdelen. Tien tot vijftien jaar geleden stond bijvoorbeeld keuzevrijheid veel hoger in het vaandel. Momenteel kijken we of die focus nog steeds passend is en – zo nee – hoe we die willen verleggen.” Geen losstaand thema Op de vraag welke lessen Entree meeneemt uit 25 jaar woon- ruimteverdeling, vertelt Geert: “Een belangrijke les is dat woonruimteverdeling niet losstaat van de bredere strategie voor wijken en buurten. In de praktijk zien we dat een hoge concentratie sociale huurwoningen vaak samenhangt met leefbaarheidsproblematiek. Daarom kijken we nadrukkelijker naar hoe we kunnen bijdragen aan evenwichtig samengestelde wijken. Zo hebben we bij een complex in Arnhem waar jaren- lang veel senioren en aandachtsgroepen werden gehuisvest bewust gekeken of we ook meer jongeren met draagkracht konden toevoegen. Dat verandert de samenstelling van een complex en heeft een positieve impact op de leefbaarheid.” Werkende samenwerking Kees benadrukt dat regionale samenwerking zoals binnen Entree alleen werkt als het voor woningzoekenden eenvoudig en herkenbaar blijft. “Bijvoorbeeld door te werken met één systeem en één urgentiecommissie, en door ervoor te zorgen dat iemand die op een woning van Portaal reageert dezelfde criteria tegenkomt als bij Oosterpoort. Dat vraagt energie op bestuurlijk én uitvoerend niveau. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor maatwerk. Als je in een wijk meer variatie wilt aanbrengen, zoals Geert net noemde, moet je soms op woning- of complexniveau kunnen afwijken. Daarover moet je samen duidelijke bandbreedtes afspreken. Zeker nu de schaarste toeneemt.” Kennisuitwisseling Entree werkt al sinds het begin samen met Enserve rond het invullen van woonruimteverdeling. Kees daarover: “Enserve helpt ons bijvoorbeeld door kennis en themadagen te organi- seren. Een goed voorbeeld daarvan is een recente bijeenkomst over AI in woonruimteverdeling. Hierin werden vragen behandeld als in hoeverre laat je AI meewegen in toewijzing, welke regie houd je zelf en welke ethische vragen spelen daarbij? Dat geeft voer tot nadenken over hoe we onszelf verder kunnen ontwikkelen.” Van elkaar leren Belangrijke bijvangst van de samenwerking binnen Entree noemt Geert dat de corporaties ook onderling van elkaar leren: “Een goed voorbeeld is een casus bij Portaal over een potentiële huurder die een tijd op een vakantiepark had gewoond. De vraag was of die periode mocht meetellen voor zijn wachttijd. Toen bleek dat er verschil kon zitten tussen de interpretatie van de huisvestingsverordening, de wet en hoe wij daar als Portaal naar keken, hebben we contact gezocht met de huurcommissie, Enserve en andere corporaties, juist om te zorgen dat we regels op dezelfde manier toepassen.” Kees knikt en vervolgt: “Die kennisdeling gaat overigens verder dan woonruimteverdeling alleen. Je ziet dat corporaties ook met andere voorbeelden komen waar anderen weer van kunnen leren. Denk aan Talis, dat actief aan de slag is met woningdelen of grotere corporaties die ervaring opdoen met bouwstroomconcepten. Door dat soort ervaringen te delen, hoeft niet iedere corporatie zelf het wiel uit te vinden en kun je als regio samen sneller stappen zetten.” Groeiende urgentie Vooruitkijkend blijft volgens Geert de centrale vraag hoe woonruimteverdeling recht kan doen aan zowel individuele woningzoekenden als de maatschappelijke opgave in de regio: “Zoals gezegd voeren we daar met elkaar nu het gesprek over. Woonruimteverdeling blijft het verdelen van schaarste, en de vraag is welke keuzes daarbij het meest rechtvaardig zijn. Zet je sterker in op passend toewijzen en langere doorstroom- ketens, of is de nood zo hoog dat je vooral mensen met de meest urgente behoefte direct moet huisvesten? Iedere keuze voor de één gaat ten koste van de ander, dus die afweging moet je heel zorgvuldig maken. Tegelijkertijd ligt de oplossing niet alleen in verdelen, maar ook in het beter benutten van de bestaande voorraad en meer bijbouwen. De schaarste is de komende vijf jaar niet zomaar opgelost. Juist daarom wordt de vraag naar rechtvaardige woonruimteverdeling alleen maar urgenter.” Foto: Jeroen van Rooijen

RkJQdWJsaXNoZXIy Mzg5Mzg=