Nathalie Smol (iPM Partners): Complexe overlast vraagt om gezamenlijk eigenaarschap

Geplaatst door CorporatieMedia op
 

In steeds meer buurten en wijken komen woningcorporaties situaties tegen waarin woonproblemen niet los te zien zijn van zorg, veiligheid en maatschappelijke problematiek. En juist in die complexiteit schuurt de aanpak van complexe overlast. Want wie neemt regie, wie voelt zich eigenaar en hoe voorkom je dat partijen langs elkaar heen werken? Volgens iPM Partners vraagt complexe overlast om samenwerking waarin rollen, verantwoordelijkheden en gezamenlijke ambitie scherper worden georganiseerd. CorporatieGids Magazine ging over de aanpak hiervan in gesprek met Programma Manager Nathalie Smol.

Wat verstaan jullie onder complexe overlast?
Bij de aanpak van complexe overlast verzanden samenwerkingen vaak in discussies over definities. Want wanneer is overlast complex? Daarom spreken wij liever van zorgelijke overlast. Deze term legt de nadruk op urgentie, betrokkenheid en de behoefte aan extra zorg of ondersteuning. Dat zorgt ervoor dat we sneller tot actie overgaan.

Zorgelijke overlast gaat om situaties waarin sprake is van een combinatie van woon-, zorg-, veiligheids- en maatschappelijke vraagstukken, waarbij meerdere professionals en organisaties nodig zijn, terwijl geen enkele partij het probleem alleen kan oplossen. Kenmerkend is dat bestaande interventies onvoldoende effect hebben, bewoners, professionals en organisaties vastlopen en gezamenlijke regie ontbreekt.

Welke trends zien jullie op dit moment rond zorgelijke overlast in buurten en wijken?
De druk en complexiteit nemen toe. Er zijn meer situaties van zorgelijke overlast en de impact op bewoners, woningen en buurten wordt groter. De maatschappij wordt steeds harder. Dat is ook zichtbaar in het aantal meldingen rond personen met verward gedrag, dat in tien jaar tijd ongeveer 2,5 keer zo hoog werd. In 2025 komt dit neer op zo’n 19 meldingen per uur. Hoewel niet iedere melding zorgelijke overlast betreft, laat dit zien dat de maatschappelijke druk groeit. Een belangrijke ontwikkeling is de beweging van beschermd naar zelfstandig wonen. Dat gaat vaak goed, maar niet iedereen krijgt of accepteert de benodigde ondersteuning.

Door de afbouw van intramurale capaciteit neemt de druk op bewoners, corporaties en lokale partners toe. De aanpak wordt bovendien bemoeilijkt door versnipperde verantwoordelijkheden, eigenaarschap en een oerwoud aan wet- en regelgeving, waardoor professionals lastig kunnen doen wat nodig is.

Wat maakt zorgelijke overlast voor woningcorporaties zo lastig om goed aan te pakken?
De vraag op deze wijze stellen is onderdeel van het probleem. Dit impliceert dat woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor het aanpakken van zorgelijke overlast. Corporaties zijn verantwoordelijk voor woningen, niet voor het oplossen van complexe zorg- en veiligheidsvraagstukken. Wanneer psychische problematiek, zorgmijding, verslaving en sociaal-maatschappelijke problemen zich achter een voordeur manifesteren, wordt van corporaties vaak meer verwacht dan zij kunnen waarmaken. Dat leidt tot frustratie bij bewoners, druk op medewerkers en een aanpak die afhankelijk wordt van één partij, terwijl juist een integrale samenwerking noodzakelijk is. Zorgelijke overlast vraagt daarom niet om meer inzet van corporaties, maar om scherper georganiseerd gezamenlijk eigenaarschap.

Wat is ervoor nodig om gezamenlijk eigenaarschap te organiseren bij zorgelijke overlast?
Dit vraagt om een gezamenlijke ambitie, een eenduidige werkwijze, duidelijke regie, expliciete afspraken over rollen en verantwoordelijkheden en een overlegstructuur die ondersteunend is aan de complexiteit van de opgave. Omdat er een intensieve samenwerking nodig is tussen organisaties met verschillende belangen, is het cruciaal om deze organisaties en hun medewerkers in de buurt het vertrouwen, de kracht en tools te geven om over de schaduw van hun eigen organisatie te stappen en te doen wat goed is voor de bewoner – het individu – en de buurt – het collectief. Dat vraagt om lef. Het is belangrijk dat medewerkers hierbij gesteund worden door het bestuur, zodat ze kunnen doen wat nodig is. Bij voorkeur preventief, zodat zorgelijke overlast en opschaling voorkomen kunnen worden.

Hoe kan iPM Partners corporaties en samenwerkingspartners helpen bij de aanpak van zorgelijke overlast?
Voor een goede aanpak van zorgelijke overlast is een systeemverandering nodig. Daar ligt de kracht van iPM Partners. Wij helpen organisaties om van versnipperde samenwerking naar gezamenlijke regie te bewegen. Door verbinding te versterken, begrip voor elkaars rol te vergroten en structuur aan te brengen, creëren we draagvlak binnen én tussen organisaties. Vanuit kwetsbaarheid over wat je kunt en durft als organisatie en vanuit je rol ontstaat de basis om samen verantwoordelijkheid te nemen en daadwerkelijk in beweging te komen en te groeien in de samenwerking.

Onze ervaring is dat zorgelijke overlast zelden vastloopt door een gebrek aan betrokkenheid. Veel vaker zijn verschillende belangen, verantwoordelijkheden en werkwijzen de oorzaak. Wij helpen partners om over organisatiegrenzen heen samen te werken en te doen wat nodig is voor bewoners, buurten en wijken. Daarbij ligt onze focus nadrukkelijk op preventie. De grootste maatschappelijke meerwaarde zit niet in het oplossen van geëscaleerde situaties, maar in het vroegtijdig herkennen van signalen en het organiseren van samenwerking voordat problemen uitgroeien tot zorgelijke overlast.

Welke eerste stappen kunnen corporaties nu al zetten als zij merken dat zorgelijke overlast steeds meer druk legt op hun organisatie?
Bestuurlijk de handen op elkaar krijgen van alle partners in de wijk. Zorgelijke overlast legt vaak bloot waar verantwoordelijkheden versnipperd zijn, belangen botsen of professionals onvoldoende ruimte ervaren om te doen wat nodig is. Door dat zichtbaar te maken, ontstaat een gezamenlijk besef van urgentie. Pas wanneer alle betrokken partijen niet alleen de gevolgen zien, maar zich ook mede-eigenaar voelen van de opgave, ontstaat beweging.

Bron: CorporatieGids Magazine, Foto: Bjorn Frins